Hoop zonder teken
Er is geen tekst over hoop die zo’n diepe indruk op mij maakt als de bovenstaande. Het gaat hier om hoop die onvoorwaardelijk is. Ik meen die ook te zien bij iemand als de Dalai Lama, die in een van de vele interviews zei dat hij, ondanks de haast uitzichtloze situatie van zijn volk, een hoopvol mens is. Het is een hoop die los staat van resultaten en gunstige tekenen, die er eenvoudig is vanuit zichzelf. Je kunt er gewoon niets aan doen. Hij is er, wat er ook gebeurt.
Mensen die werken met mensen die ‘hopeloos’ genoemd zouden kunnen worden omdat ze in een cirkel van problemen blijven ronddraaien, zoals vele verslaafden en gedetineerden, kunnen hun werk alleen volhouden als ze resultaatgerichtheid opgeven. Het is werken in een negatieve omgeving. Er is geen perspectief op verbetering.
Als er geen enkel perspectief is, hoe ben je dan toch hoopvol?
Dat kan alleen als de hoop er uit zichzelf is, onafhankelijk van successen.
Die hoop bestaat en lijkt te ontspringen aan een diepere laag in ons. Je hebt er geen zeggenschap over. Hij komt over je, zomaar gratis en voor niks. Je kunt misschien alleen maar voorkomen dat je in een put van hopeloosheid en frustratie valt. Maar ook dat heb je niet altijd in de hand.
Prins Siddharta
Dat hopenloze zit niet alleen bij verslaafden en andere ‘probleemgroepen’. Wij allen hebben iets dat hopeloos onverbeterlijk of onveranderlijk is. Het lukt gewoon niet om het roer om te gooien of om ergens van af te komen. Dat kan variëren van het onvermogen om af te vallen tot steeds maar weer die erkenning of aandacht willen, van een zucht naar altijd weer iets nieuws tot je altijd weer over hetzelfde opwinden, ook al weet je dat het niks helpt. Het onderscheid tussen mensen binnen de gevangenismuren en daarbuiten is maar heel betrekkelijk.
Je vraagt je soms ook af: Wat zijn we als mensheid (om het helemaal breed te maken) nu eigenlijk opgeschoten?
Met zo’n vraag bevinden we ons in het veld van de naďviteit. Hij komt voort uit die onschuldige en positieve kijk die nog niet geschokt is, nog niet geconfronteerd met de moeilijke en vreselijke kanten van het leven. Je treft dat bij mensen die erg beschermd zijn opgevoed, zoals ooit prins Siddharta, de latere Boeddha. Door zijn ouders wordt Siddharta volledig afgeschermd van het lijden, totdat hij per ongeluk in aanraking komt met een oud mens, een ziek mens en een dood mens. Dan openen zijn ogen zich en gaat hij fundamenteel nadenken over het leven.
In relaties gaat dat net zo. Eerst is alles rozerood. En dan is er altijd iets wat minder goed bevalt of ontbreekt in de ander, of iets van jezelf dat tegenvalt. Dan begint het pas, met de liefde. Zo ook met de hoop. Eerst moet de naďeve hoop ontmaskerd worden, de makkelijke hoop als alles meezit. Als je daardoorheen zakt, komt er ruimte voor hoop die ergens anders in wortelt dan in onze wensen of de wind in onze rug.
Onthand
Kerstmis heeft met die tweede hoop te maken.
Eigenlijk voel ik me altijd onthand met Kerst. Ik kan er niks moois van maken door gunstige tekenen op te noemen of aan te wijzen zoals de keuze voor president Obama.
Dingen die goed gaan, daar moeten we wel degelijk naar kijken en die waarderen. Ze mogen onze hoop voeden. Maar als die tekenen van vooruitgang en verbetering nu even niet zichtbaar zijn, is onze hoop dan ineens weg? Zakken we dan terug in een gevoel van hopenloosheid en vertwijfeling? En zo steeds op en neer op de golven van goede of minder gunstige berichten?
Als alles duister is, hoe ben je dan toch hoopvol? Daar sluit de geboorte van Jezus op aan. Er is niets te zien, geen teken dat hoop rechtvaardigt. Ineens komt het naar ons toe. En dat teken op zichzélf ziet er al niet uit, een hulpeloos kind dat verschil zal gaan maken.
De geboorte van Jezus is niet een bekroning van wat we met elkaar dan toch maar tot stand gebracht hebben. Het komt op een onbewaakt ogenblik als een moment van genade. Als een vrije gave van de Hemel waarvoor wij niets gedaan hebben.
Misschien is het wél noodzakelijk. Omdat wij met elkaar en in onszelf besloten toch vaak erg aan het modderen zijn.
Wat blijft
Het Licht roept tot het Licht in ons. Hoe zou je de vrije liefde die ongedwongen naar je toe komt, onbeantwoord kunnen laten? Er wordt opnieuw in ons het verlangen wakker gemaakt om antwoord te geven. Je kunt niet verder maar wat aan rotzooien.
De geboorte van Jezus is de hoop die roept tot die onvoorwaardelijke hoop die ook in ons sluimert om zó in het leven te staan, op een hoopvolle manier, in een onberedeneerd vertrouwen dat ons leven zinvol is. Dat onze keuzes, onze levensstijl zin hebben, dat liefdevol omgaan met onze medeschepselen uit zichzelf zin heeft. Niet om iets anders dan om zichzelf.
Dat is ook wat op de een of andere manier, vraag me niet hoe, verschil maakt - en dat zal blijven, zoals Oosterhuis het zegt in zijn gedicht ‘Wat blijven zal’:
wat jij ooit,
in het verborgene, hebt gedaan
aan de minsten der levenden,
dat heb je gedaan aan álle leven,
aan dat langzaam
volwassen en volwaardig wordende
lichaam van de mensheid,-
wij-allen.
Dat het feest van Kerstmis de hoop, deze ‘kwaliteit van de ziel’ in ons opnieuw mag aanraken.
Dat is mijn hoop voor deze kerst.
-
-
-
Fotobijschrift Vaclav Havel (l.) bezoekt de Altschul-synagoge in Bardejov (1991)
|