|
Dat kwam de afgelopen drie dagen allemaal langs.
Wereldwijd ben ik verbonden en zo is het met veel van ons want de wereld wordt steeds kleiner.
En toch geeft het leven en de dood zijn geheimen niet prijs.
Tasten we als blinden langs de muur van het weten.
Stuiten we op grenzen en worden teruggeworpen in het alledaagse, ondanks verre
reizen en boeiende contacten.
Daar op je eigen plek in Overvecht of in Zeist, daar moet je eruit zien te komen.
Daar wordt je geconfronteerd met de grenzen van het leven.
Met boosheid en met verdriet.
Zo maakte een kleine onaangename ontmoeting vorige week grote indruk op mij.
Ik bereidde mij voor op het huisbezoek, toen ik in Zuylen een boom zocht om mijn fiets te parkeren. In gedachten verzonken.
Gaat er ineens een voordeur open. Stapt een man op mij af en snauwt mij toe: Mevrouw, haal die fiets daar weg.
"Hoezo?", vroeg ik. Ik wil geen gedoe bij mijn auto, weg ermee. Die boom is toch niet van U. ik was te verbaasd om in actie te komen.
Hij kwaad. Ik zei nog: "zoiets heb ik nog nooit meegemaakt." "Nou, dan maakt U het nu voor het eerst mee."
En hij knalt zijn voordeur dicht. Krijg nou wat, siste ik nog.
Toen heb ik mijn toevlucht tot een lantaarnpaal gezocht.
Je hebt zomaar ruzie. Wat bezielt die man?
Wat gaat er schuil achter die voordeur. Ik had ook met hem te doen.
Hier moest ik opnieuw aan denken het lezen van Jesaja.
Woede bij gewone mensen wordt opgeroepen bij het lezen over de woede, de passie van God.
Jesaja, zijn naam betekent: JHWH is mijn redding.
De tekst zet in met een rechtszaak tussen God en Israël.
God is zelf de aanklager.
Israël houdt zich niet aan de afspraken die ze samen hebben gemaakt.
Laat God in de steek, ruilt de ene partner in voor de andere en is alleen maar uit op eigen voordeel.
God wordt als partner opgevoerd.
Dat doet vreemd aan. Of zijn er alleen menselijke eigenschappen op hem geprojecteerd als we horen van een innige relatie tussen die twee?
Laten we onze vragen nog even vasthouden, ons oordeel opschorten.
En de tekst de ruimte geven.
Jesaja is een van de grootste profeten uit het Eerste Testament.
Hij had veel invloed op de samenleving van toen, zo’n 700 jaar voor Chr.
Een profeet was geen voorspeller meer een ziener. Hij ziet dezelfde dingen anders, vanuit een andere wereld. Hij is die andere, geestelijke wereld zelf.
Hij wordt “het oog van het volk” genoemd.
Hij heeft door wat er echt speelt in de samenleving en staat de koning bij met raad en daad.
Soms lees je columns in de krant waarbij de schrijver dieper ziet dan wij gewoonlijk doen. Analyseert en met een scherp oordeel komt.
Dat verdient respect maar het blijft bij een profetisch fragment.
De profeet werd met recht “ziener” genoemd, ingewijd door de Eeuwige op vaak heftige wijze zoals bij Jesaja in hoofdstuk 6.
De profeet ziet de werkelijkheid achter de gewone dingen.
Gebruikt zijn helderziendheid als instrument in het werk van de Eeuwige.
De profeet klaagt zo nodig de koning aan en roept hem terug tot de orde.
Waar de profeet een opdracht krijgt, wordt dit een Godsspraak genoemd.
Aan het begin van het grote Jesaja boek, een bibliotheek op zichzelf, klaagt God Israël aan.
Jesaja laat dit horen met vlijmscherpe woorden.
Alsof de tijd heeft stil gestaan, treft de aanklacht ook ons.
In het eerste deel legt God de keuze duidelijk neer:
kom je tot inzicht dan zal de stad van vrede niet alleen een visioen blijven.
Ben je toch uit op je eigen voordeel, het is een doodlopende weg.
In de politiek maar ook in ons persoonlijk leven.
De helft van zijn mantel geeft St. Maarten weg aan de arme bedelaar.
Hij krijgt het dus zelf koud.
De helft is meer dan ons lief is. Toch is dit de enige weg die naar vrede leidt.
De enige remedie die leidt tot rechtvaardige verhoudingen in de grote wereld, die zo klein geworden is.
Niet vergeelde bladzijden uit een oud boek maar een boodschap die springlevend en actueel is.
Als je koppig bent val je door het zwaard. Als je boter op je hoofd hebt loopt het slecht met je af.
En dan breekt het onweer los.
De trouwe stad is een hoer geworden. Ontrouw.
Alleen door een bijtend zuur kan zij gezuiverd worden.
Je zilver is zwart geworden. Je vorsten zijn schurken.
Ze denken alleen aan geschenken en steekpenningen.
Wezen bieden ze geen bescherming. Het lot van de weduwen laat ze koud.
De boot vluchtelingen hebben de kust van Spanje weer niet gehaald.
Ellende en dood aan boord van hen die leefden van de hoop op een betere toekomst.
Je vraagt je af, waar zijn we hier mee bezig.
Verlaten zijn de vrouwen in Darfur na massale verkrachting.
Sommigen houden vol liefde hun duivels kinderen in de armen.
Waar zijn we in Gods naam mee bezig?
Ook in Uruzgan. Hoelang moeten we daar echt blijven?
In de oude profetie worden kosmische krachten aan God toegeschreven met beelden uit die tijd. Hij zal ingrijpen, hij stuurt het leven.
De Heer heeft gegeven en genomen is hier een karikatuur van, zo komt het mij voor.
Het menselijk spreken over God moeten we steeds weer lospellen van zijn mysterieuze verborgen aanwezigheid toen en nu.
Dat geldt ook voor de volgende woorden.
Ik zal mij wreken op mijn tegenstanders. Mijn woede koelen op mijn vijanden.
In de oorspronkelijke tekst sta ik zal mij troosten, ik zal mij wreken.
Het recht op vergelding, oog om oog en tand om tand is in het OT bewust opgenomen.
Met gelijke munt terug betalen en niet meer vragen zoals gebruikelijk was.
Dat was een hele vooruitgang.
Jezus radicaliseert: slaat iemand je op de ene, keer hem ook de andere toe.
In het Eerste Testament wil vergelden zeggen: terugbrengen tot de juiste orde.
Terug naar de tekst moeten we vaststellen dat het hier om twee woorden gaat
die in klank dicht bij elkaar zitten.
Naqam en nahem/ vergelden en troosten.
Ik zal mijn troost weghalen. Buber vertaalt: Ich letze mich, ich räche mich.
Ook op andere plaatsen in het Jesaja boek komen beide woorden samen voor.
Jes. 61:2 - een dag van wraak, om allen die treuren te troosten. Met dezelfde ww.
We zien hier niet een bloeddorstige God maar een God die zelf lijdt onder wat er in de mensen wereld gebeurt.
Een God die verlaten is door zijn geliefde.
En nogmaals, dat is een manier van spreken over de Eeuwige, verborgen in die oude verhalen. Die zich uiteindelijk alleen aan Mozes heeft laten kennen met de woorden: Ik zal bij je zijn. Ik ga met je mee.
De oude Godsbeelden zijn even betrekkelijk als die van ons.
De Godsbeelden zeggen meer over ons dan over God. Strijder, Vader, moeder.
Misschien is het beter meer ruimte te geven de aanduidingen als Barmhartige, Eeuwige.
Zo reist God in beelden met ons mee door de tijd.
Van een persoonlijke God kan geen sprake zijn want God is geen persoon.
Van een persoonlijk aanspreken mag wel sprake zijn, willen we ons aansluiten bij de Bijbelse overlevering.
Wraak en troost. Met hierachter een zee van verdriet.
Verlaten en bedroefd zoekt de Eeuwige herstel van de relatie.
Met bijtend zuur zal ik je zilver schoonmaken, het vuil verwijderen.
Je terug brengen zodat je opnieuw betrouwbaar bent.
Dit grote verdriet keert terug bij het verhaal, dat we uit Lucas hebben gelezen.
Als Jezus op zijn ezeltje, de stad Jeruzalem nadert en haar ziet liggen, weent hij over haar.
Niemand merkt het maar Jezus huilt over de stad van vrede, waar geen vrede is, ook toen niet. Ook hier ligt het grote verdriet tegen de woede aan.
In de stad aangekomen gaat Jezus de tempel binnen en slaat de boel kort en klein.
De tempel is geen rovershol maar een huis van gebed.
Ook hier wordt de goede orde hersteld.
Het verdriet van Jezus is groter dan bij een mensenkind past.
Wat is er van de stad Jeruzalem geworden.
Klinken de woorden van Jesaja misschien nog na?
Verdriet, zo wijd als de wereld, om wat mensen elkaar aandoen.
Verdriet dat vermengd is met een gevoel van machteloosheid.
Waar zijn we mee bezig?
Ons eigen verdriet kan ook grenzeloos zijn.
Kan ons helemaal meenemen in een oceaan van tranen. Zover, dat we raken aan het grote verdriet van de wereld.
Ergens raakt het kleine verdriet steeds aan het grote verdriet.
Verdriet om een gemis, om de leegte van het bestaan, als heimwee naar heelheid van wat gebroken is. Als vervulling die er niet is. En daar staan dan de grote levensvragen:
wat betekent mijn leven, broos en kwetsbaar als het is.
Hoe leef ik aan de leegte voorbij?
Hoe leef ik mijn leven en wat is de zin ervan?
Is er wel een tegoed achter deze eerste werkelijkheid, die ons zo in beslag neemt?
Op onverwachte momenten in de waan van de dag maar ook in de stilte van de eenzame nacht kan dat grote verdriet ineens opkomen.
Verdriet om al datgene wat verloren is gegaan, aan vertrouwen, geborgenheid, aan troost en aan eenvoud.
En er is geen geborgenheid en geen troost te vinden.
Zo ziet Jezus de stad van vrede liggen vanaf de Olijfberg.
En hij zegt, de tijd van vrede blijft verborgen want je hebt Gods nabijheid niet herkend.
Als profeet spreekt deze ene zo kwetsbare mens, vanuit een weten dat verborgen blijft. Een weten dat tegelijk gekend kan zijn, ook door ons.
Een weten dat het verlangen opnieuw wakker maakt, verlangen naar licht, naar rust, naar vrede.
Tot dit weten worden wij uitgenodigd, een weten dat de weg wijst naar vrede.
Het behoedt ons voor misplaatste woede tegenover de boze buurman.
Dit weten roept naast het verdriet het verlangen wakker naar heelheid, naar nieuwe geborgenheid en trouw.
Naar hoop die niet verloren mag gaan.
De Eeuwige opent met zijn verborgen aanwezigheid een nieuwe weg.
Door de diepten van ons leven, in de eenzaamheid en stilte staat hij midden in het failliet van ons bestaan garant voor een nieuw begin.
Onvermoed, ongekend en onverwacht is daar opnieuw het visioen met uitzicht op de stad van vrede.
Ps. 51/ 12 14, God schep een zuiver hart in mij en vernieuw mijn geest.
Red mij, geef mij de vreugde van vroeger, de kracht van een sterke
Geest.
AMEN.
|