|
Aan de oppervlakte lijkt het leven misschien maakbaar. In materiële zin geldt dit voor sommigen. Ook voor hen blijkt dit een illusie. Het maakt je afhankelijk van teveel materiële factoren.
Maar we kunnen dan toch wel ons eigen levensverhaal schrijven, denken we. Ook dat is misschien weggelegd voor de happy few.
Het is de vraag in hoeverre je de auteur van je eigen leven kunt zijn.
Ontslag, ziekte en verdriet trekken radicaal en vaak onverwacht een streep door je leven, dat bepaal je niet zelf.
Wat is dan de grond waarop je werkelijk staat?
Afgelopen vrijdag was ik op een bijeenkomst van progressieve predikanten, OGG. De dag was ver overtekend, 120 de limiet. Help, ik ben een missionaris ! was het thema van de studiedag. Mechteld Jansen, bijzonder hoogleraar missiologie hield een uitstekend verhaal over moderne zending. De alg. Secretaris van de Remonstranten was gevraagd om een reactie.
De remonstranten doen het immers goed op dit moment, nu de Glossy over Arminius is uitverkocht en moet worden bijgedrukt. De kramp van een krimpende kerk lijkt ook voor de Remonstranten voorbij.
We zoeken naar nieuwe wegen op het veld van religie en zingeving.
Mechteld benadrukte dat met het verlies van de grote verhalen er één groot verhaal overeind staat, het verhaal van de vrije markteconomie. Onverbiddelijk aanwezig te midden van een groeiend religieus analfabetisme.
Zij doelde vooral op de jongeren die wel onderwijs krijgen maar te weinig morele en religieuze vorming. De evangelicalen hebben een duidelijk aanbod voor hen. Voor jongeren die meer vragen hebben dan de antwoorden die daar worden gegeven is het lastig om richting te vinden voor hun jonge leven.
Want naar een kerk ga je niet.
Behalve wanneer je vader in jou studentenstad preekt. Onze oudste zoon had zijn halve jaarclub opgetrommeld. Die jongens zijn nieuwsgierig en zitten met vragen zoals ieder ander. Maar er is geen gemeenschappelijk verhaal meer op geestelijk gebied. En niet iedereen is zo gevormd dat hij of zij het zelf wel zal vinden; dat is een illusie van een groot aantal ouders.
Er is bij veel jonge mensen een grote leegte, er is geen bodem in hun bestaan.
Hier vanmorgen wagen we het erop om met een nieuwe onbevangenheid naar een oud verhaal te kijken.
Een opmerkelijk verhaal uit het begin van de loopbaan van Jezus.
Na een woestijn periode van bezinning en beproeving gaat Jezus terug naar Galilea, waar hij is opgegroeid. Het is een arme streek, de achterbuurt van Israël, waar de mensen plat praten en vuile handen hebben van het zware werk. Vol buitenkerkelijken en sociaal achterlijke toestanden.
Niet bepaald Nederland anno 2010, hoewel.
Juist hier wil Jezus beginnen, hier aan de achterkant van de samenleving.
In de kracht van de Geest komt hij terug in Nazareth en gaat, volgens zijn gewoonte, naar de synagoge. Ook volgens de gewoonte gaat hij op de uitnodiging in om voor te lezen uit de profeet Jesaja.
Het is een uniek verhaal omdat meteen aan het begin van zijn optreden duidelijk wordt hoe Jezus de Schrift uitlegt.
Hij begint met het belangrijkste, een citaat van de profeet Jesaja- waarbij hij zichzelf invult.
Jezus leest dus: de Geest is op mij, ik ben gezalfd om aan armen het evangelie te brengen, om blinden te laten zien, wat gebroken is heel te maken, die gevangen is vrij te laten. Om het jaar van de Heer bekend te maken.
Hierna slaat Jezus het boek dicht. En iedereen kijkt hem gespannen aan.
Wat gaat hij over deze woorden zeggen.
Ten eerste- Ik ben het en ten tweede het is nu.
De kerkgangers zijn stomverbaasd, zo spreekt de zoon van een timmerman niet.
Dan slaat de stemming al gauw om, het oordeel laat hij weg, hij spreekt maar de halve waarheid en betrekt alles op zichzelf.
Dat is godslastering.
Ze duwen hem naar buiten en willen hem van de rosten gooien.
Maar hij gaat met Koninklijke waardigheid door hun midden naar buiten.
Jezus heeft de mensen gechoqueerd- door te zeggen:
ik ben het en het is nu.
Wat hier gebeurd is de sleutel voor het verstaan van het evangelie:
Allereerst het goede nieuws is voor de armen.
Zij die zijn aangewezen op Gods hulp, het enige wat over is.
De eerste preek van Jezus is bestemd voor de slachtoffers, wie gevangen zijn, bij wie het leven tot een minimum is teruggebracht. Wie radeloos zijn en zonder uitzicht moeten leven.
De nieuwe tweedeling ook in onze samenleving, dat kan het laatste niet zijn.
Al lijken we het allemaal heel gewoon te vinden.
Hoe hoger opgeleid hoe meer vragen je aankunt in het leven, hoe breder je de menselijke vrijheid meent te kunnen definiëren.
De tweedeling in het onderwijs, in goed gebekt zijn en zelfredzaamheid.
Is dat niet alles onderdeel van het ene grote verhaal waarin wij geloven, dat van van de vrije markteconomie? Mechteld Jansen stelt de z.g. pseudo spiritualiteit als ego versterking fel aan de kaak. Wie schrijft welk levensverhaal eigenlijk?
Wie is de auteur van de omstandigheden waarin wij leven?
Dat zijn wij toch zeker zelf.
We hebben het gewoon heel goed voor elkaar. Want volgens de laatste onderzoeken van het CBS zijn onze kinderen de gelukkigste van de hele wereld. De geestelijke gezondheidszorg in Nederland is de laatste 15 jaar zelfs op peil gebleven.
Van de week hoorde ik, een Koreaanse vrouw over de Nederlandse samenleving zeggen: jullie hebben gebrek aan problemen dat heeft je misschien verleerd te bidden.
Zo ziet ons leven er kennelijk uit van de buitenkant. Veel plastic.
Maar bij navraag ligt het anders, zie de belangstelling voor het beroep van hun ouders bij veel vrienden onze jongens. Ze zijn op zoek naar een aanknopingspunt om hun levensvragen bespreekbaar te maken.
Het verhaal over de eerste preek van Jezus gaat dieper dan de materiële werkelijkheid alleen, die we niet over mogen slaan.
Plotseling werkeloos treft je in je ziel, niet alleen in je centen. Armoede en gevangen zitten zijn realiteiten ook in ons leven. Maar arm en rijk wordt in meerdere dimensies uitgelegd ook bij Lucas.
Jezus zoekt geen luisteraars maar hoorders, mensen die zijn woorden willen vertalen naar hun eigen leven.
Arm en rijk- is er. In ieder van ons zit armoede en rijkdom in de verschillende lagen van ons leven. Je kunt arm zijn in je materiële rijkdom, je kunt ook rijk zijn in je materiële armoede. Je kunt rijk zijn in je rijkdom en arm in je armoede.
Het speelt allemaal door elkaar heen, en is er zelfs gelijktijdig.
Hoe kun je rijk zijn in je armoede? Daar is een tweede vertaalslag voor nodig.
Armoede als adel titel.
Met dit inzicht kun je zeggen dat we ons- tot armoede kunnen bevrijden.
Tot armoede bevrijden, als we ten minste genoeg te eten hebben en een warme plek tegen de kou. Als we niet lijden aan de pijn van wonden die niet genezen. Of dan toch? In ieders leven kan er sprake zijn van een geestelijke weg, hoe je er ook aan toe bent.
Je kunt je leven gaan zien als onderdeel van een groter verhaal, voorbij aan de illusie van de vrije markt.
Bevrijd tot armoede is de rijkdom waar Jezus naar verwijst.
Teveel rationele twijfel blokkeert onze intuïtie en ons verlangen naar eenvoud en heelheid. De bevrijding tot geestelijke armoede zet ons midden in het leven, want het maakt ons vrij van zaken die ons op een dwaalspoor zetten, d.w.z. die leiden naar niemandsland.
Jezus zegt dus twee kardinale dingen- Ik ben het en het is nu-
Hij wijst de weg. Sterker hij is de weg.
Hij valt samen met wat hij preekt.
Het verhaal is dus herkenbaar voor buiten en binnen.
Gaat de essentie van ons leven aan en zet het in een zeker perspectief.
Op een weg. Het leven als weg.
Dat betekent dat er een doel is, een verhaal waar je in mee kunt gaan.
Vanuit de bijbel is dat de bestemming van de mens.
Te leven in vrede en geluk. Heeft niets met de kerk te maken maar alles met de zin van ons eigen leven. Alleen:
Wie het doel niet weet, zal de weg niet vinden. (Chr. Morgenstern).
Jezus leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij.
Het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust.
Ons voorbeeld van wijsheid en moed, die ons Gods liefde nabij brengt.
Ik ben het en het is nu.
Het nu is onbegrensd, zijn woord is universeel.
Christus is het die leeft in mij. (Gal.2:20) Daar in het NT zelf is Christus al gezien als veel meer dan zijn persoon alleen, als kracht en als moed.
Als een instrument, als een dimensie van liefdevolle aanwezigheid.
De dag des heren is Heden.
Op die dag, het Jubeljaar, en het sabbatsjaar in het OT beschreven, vond eenmaal in de zoveel tijd een radicale herverkaveling plaats.
Wat geleend was werd terugbetaald zonder winst, wat aan land was ingenomen werd teruggegeven. Wat aan ruzie had doorgewoekerd, werd bijgelegd.
Het is heden vervuld.
We kunnen op elk moment het roer omgooien.
Het is nu. Het kleine prachtige boekje van Eckhart Tolle, gaat over hetzelfde.
Het eeuwige nu. “De kracht van het Nu in de praktijk”.
Oefeningen in essentie los van een religieus verhaal. Dat kan ook.
Hier in de context van de vrijzinnigheid leggen we deze oefeningen in het levensverhaal van Jezus, in de beperking en de grenzeloosheid van het leven zoals hij dat heeft geleefd. Voorgedaan, als een die dient.
Rijk zijn in geestelijke armoede.
Tegelijk blijft materiële armoede mensen klein houden, blijft de pijn en de honger knagen. Je kunt je afvragen of een eeuwige nu- door iedereen wordt begeerd. Wie verlangt er in de tunnel van de dood, in de pijn van de slachtoffers van Haïti, in de diepe rouw en nood, wie verlangt daar naar een eeuwig nu?
Tegelijk is er de onzegbare waarheid van deze ene werkelijkheid.
De oneindigheid die in ons hart is gelegd.
Achter de schermen van de zichtbare wereld vermoeden wij een werkelijkheid waar het antwoord op onze diepste vragen in schuilt.
D. Hammarskjöld, diplomaat en mysticus, zegt ergens in zijn bekende boek Merkstenen: God sterft niet wanneer wij niet meer in een persoonlijke God geloven maar wij sterven waar wij de verbinding met de bron zijn kwijtgeraakt.
Bron van licht, dat ieder mens wil verlichten.
Naast vele anderen wijst Jezus deze morgen voor ons de weg met de levensles over armoede en rijkdom.
Hij legt het opnieuw uit.
Het is aan ons dit verhaal door te vertellen over grenzen heen aan ieder die zoek naar zin en samenhang.
Ik ben het en het is nu. Een stap verder- Ik ben het Nu.
AMEN.
AMEN.
|