Utrecht, 18 jan 2009 Jona 3
Ook ikzelf ken perioden van nabijheid maar ook van God verlatenheid.
Van zoeken en van gevonden worden.
Soms denken dat ik het weet, als Jona en dan weer losgelaten worden.
En nog steeds kan ik er niet bij, is het te verborgen, te anders.
Ik heb wel geprobeerd los te komen van het geloof dat het anders kan.
Niet meer die onrust van zien en weten.
Niet meer willen geloven dat de pijn en nood niet het laatste is.
Capituleren.
Daar is alle reden voor bij het zien van de oorlog in het Midden Oosten, waar het geweld om zich heen vreet.
Maar het is mij tot op heden niet gelukt om van God af te komen.
Ik word toch steeds weer in mijn kraag gegrepen.
Ik ben Jona niet, maar de figuur van Jona wordt zo menselijk neergezet dat we ons heel goed met hem kunnen identificeren.
In ons verhaal wordt hij voor de tweede keer geroepen.
De eerste keer wil hij niet luisteren.
Hij vlucht, gaat aan boord van een schip, wordt door de speling van het lot overboord gegooid, opgegeten door een grote vis en na drie dagen uitgespuwd en het land.
Hij moet naar Nineveh met slecht nieuws.
Hij gaat met tegenzin.
Als hij in de wereldstad aankomt heeft hij het al gauw bekeken.
Jona doet Nineveh in 1 dag, op zijn Amerikaans.
Hij gunt zichzelf geen tijd om zich in het leven van Nineveh te verdiepen, de stad zonder maat, waar kan en dus alles lijkt toegestaan.
Hij ziet de mensen niet echt. Hun moeite en hun verdriet.
En hij heeft nog steeds geen zin in zijn opdracht.
De blik van Jona is zo anders als die van Jezus, die bij het zien van Jeruzalem in zijn diepste kern wordt geraakt.
Gods vrede is verborgen voor uw ogen, en hij huilt, om wat hij ziet.
Het is het verhaal van de intocht, vlak voor het Paasfeest.
Jona gaat met tegenzin en zijn preek maakt het alleen nog maar erger.
“Nog veertig dagen en dan wordt jullie stad verwoest”.
Korter kan het niet.
Hard klinken de woorden, gevoelloos.
Hij had beter thuis kunnen blijven.
Toch hebben woorden een maximale uitwerking.
Terwijl Jona de stad uitloopt en zich als moderne ramp toerist voorbereidt op het naderend onheil,
hij gaat op een heuveltje zitten, gebeurt er iets totaal onverwachts. Nineveh keert zich om.
Het wonder, waarin Jona niet gelooft, gebeurt.
Er wordt algemene rouw afgekondigd. In zak en as, helemaal, iedereen.
Zelfs de dieren krijgen een zwart lintje om.
Terwijl zij niet bekend waren met de barmhartigheid van de Eeuwige.
De mensen uit Nineveh, ze kennen God uit de krant.
Ze lezen over religie als over kunst en cultuur. Ze lezen over Calvijn en berekenen hun g- factor, een vondst, als nieuw.
Niet erfelijk belast, geen herinnering meer aan een bed violen.
Voorbij.
De mensen in Nineveh geloven niet in Jona maar geloven in God, als nieuwe werkelijkheid.
Oude waarden worden als nieuw beleefd, verzoening, barmhartigheid, solidariteit.
Die paar woorden van Jona, brengen een giga-omkeer teweeg in de oude stad.
Alsof het profetenwoord van Jesaja waar wordt:
“Ik ben gevonden door hen die mij niet zochten”. (Jes. 65:1)
Jona schrikt en is helemaal uit het veld geslagen. Hij wordt kwaad bovendien.
En schreeuwt: was ik maar dood.
Jona wordt dan wel belachelijk gemaakt ondertussen staat hij heel dicht bij ons eigen leven.
Hij heeft God kloppend gemaakt met zijn eigen logica.
En gaat zitten wachten op de ramp.
God op maat van zijn eigen religie.
De grote theoloog Miskotte zegt over het geloof van Jona, in zijn hoofdwerk:
Als de goden zwijgen, het volgende:
“God is ons lot. Niet ons lot is God.
Wij beseffen het in onze nood en wij vergeten het door onze waan”.
Anders gezegd-
Niet wij maken God maar God maakt ons, bedoelt ons.-
Maar ik begon ook te zeggen dat God een raadsel blijft.
Toch is er een toegang tot dit grote mysterie.
Maar anders, misschien vullen we te snel in, wat bij ons leven past en moeten we geduld hebben, wachten. Stil worden en luisteren.
Geen controle.
Gods tijd valt niet samen met onze tijd.
Als ik pas op mijn tijd een moment voor mijn buurvrouw heb, die in de problemen zit, kan het te laat zijn.
Het hoeft niet meer. Ik rekende op een goed gevoel maar ik sta met lege handen. Ik had geen tijd voor God gemaakt.
Maar wilde God op mijn tijd.
Zo is het bij Jona. Hij leeft met een geloof dat moet passen in zijn godsdienst.
Maar het gaat heel anders,
Nineveh gaat om- de mensen breken met het onrecht, hamas staat daar voor in het hebreeuws.
Ze breken met geweld en onrecht. Ze gaan anders leven en wie weet, staat er, verandert God ook.
En ja, God gaat mee met Nineveh.
De Eeuwige blijft in het verhaal van Jona als het ware achter God verborgen.
De Eeuwige zelf geeft zich niet prijs.
Zijn Geest werkt en dat is het raadselachtige.
Het werk van de Geest, groter en dieper dan wij vermoeden.
Het geloof van Jona wordt te kijk gezet.
Zijn beperkte geloof wordt opengebroken maar Jona kan dit niet aan.
Hij komt zelfs in een crisis, waarbij hij uitroept: was ik maar dood.
God verandert inderdaad en ziet af van zijn plan.
Het gaat hier om de werking van de Geest, wat Jona niet begrijpt.
De ramptoerist komt op de koffie.
Jona is geen profeet meer.
Geen brug tussen God en mens. Geen instrument.
Hij had God gemaakt tot een verlengstuk van zijn eigen opvattingen.
Tot een religie die hem op zijn gemak stelt, die samenvalt met zijn eigen behoeften en verlangens.
Het geloof in de Eeuwige is bij Jona geworden tot een geloof onder voorbehoud.
Tot een geloof waarvan je weet hoe het zit.
Bij zo’n geloof blijft je hart gesloten en de hemel onbereikbaar.
En kom je bij je naaste als het te laat is, als het niet meer hoeft.
Al denk je het tegendeel. Zo’n geloof is niet meer dan projectie van wat je zelf wenst.
En ons lot is geworden tot God in plaats van dat God ons lot is.
In het verhaal over Jona is God verrassend nieuw, liefdevol voor Nineveh, als beeld voor de stad van de mens.
Als beeld voor ons eigen leven. Wie weet komt het goed, roepen de mensen van Nineveh.
Het kostte minder moeite om een stad te bekeren dan die ene mens.
Uiteindelijk is Jona de enige die buiten spel staat.
De onzekerheid, het open laten, vertrouwen op het onmogelijke. Jona kan het niet aan.
Hoe het verder met hem gaat?
Is hij in zijn boosheid en in zijn verzet gebleven?
We weten het niet. Het verhaal heeft een open eind.
“Ik ben gevonden door hen die mij niet zochten.”
Jona is een verhaal van hoop voor wie zijn vastgelopen in eigen constructies
over God.
In regels en dogma’s. Maar je moet wel durven.
Meer lef hebben dan Jona.
Een verhaal ook van hoop voor de brandplekken van haat en geweld.
Nineveh komt tot inzicht, ondanks God.
Het Jona verhaal houdt ons een spiegel voor, waarbij we zien en horen dat de
kracht van Gods Geest goddank groter is dan onze eigen inzet. Kennelijk gaat die
Geest wegen die wij niet voor mogelijk houden. Een raadsel, verborgen in oude
verhalen. Geleefd tot op de dag van vandaag. Een verhaal van hoop op vrede voor
de tijd die komt.
AMEN
|