|
"Ik geloof in verhalen", zei ik. "Over God?"
vroegen ze. "En gelooft u ook in God?"
"Ik geloof in de verhalen
van God", zei ik. "Die vind ik betekenisvol."
"Maar dat is literatuur", zeiden ze.
"Ja", zei ik. "Ik geloof in literatuur. En
in bidden ook trouwens."
"Oh", zeiden ze, "maar er zijn toch ietsisten. Hoe verklaart u dat dan?"
"Dat verklaar ik uit al die onderzoeken naar de staat van de nederlandse gelovigheid. De mensen willen helemaal geen atheïst zijn. Maar ze willen ook niet meer hervormd zijn, of katholiek of doopsgezind. Dan zeggen ze vaag: ik geloof dat er iets is." Over het zogenaamde ietsisme zijn boeken geschreven en bijeenkomsten belegd. Mensen zouden niet meer behoefte hebben - is de gedachte - aan een te bepaalde vaste invulling van hun geloof. Liever meer openlaten dan te veel vastleggen. Een doopsgezinde koopman in Amsterdam, Johannes Bredenburg, was er opmerkelijk genoeg in de 17e eeuw al mee bekend. Hij rijmde over het mysterie van het leven als 'een eeuwig noodzakelijk iets, dat niets bij geval of zonder oorzaak geschiedt.'
Als ietsist avant le lettre leek hij zijn tijd toen al vooruit. Waar het om gaat is in iedergeval een positieve houding, die uitgesproken sympathiek staat tegenover geloof en spiritualiteit. Maar ook een zienswijze die veel open laat en zich (nog) niet op van alles wil vast leggen.
Dit jaar willen we wijkavonden in onze gemeente over dit onderwerp met elkaar in gesprek raken. Binnenkort verschijnt een syllabus met meer informatie en vragen om samen mee aan de slag te gaan. Het worden vast weer inspirerende bijeenkomsten waar we veel van elkaar kunnen leren.
Heine Siebrand
|